Arthur Merghelynck
Ridder Arthur Merghelynck (1853-1908) erfde op jonge leeftijd een familiefortuin. Dat besteedde hij aan een herenhuis in Ieper dat hij inrichtte volgens de geplogendheden van de achttiende eeuw. En hij kochthet kasteel Beauvoorde. Hij liet het restaureren en gaf het een zeventiende-eeuws interieur. Het herenhuis in de stad en het kasteel op de buiten ademen nog steedsMerghelyncks hang naar escapisme uit. Het themanummer sluit aan bij de tentoonstelling over Arthur Merghelynck.
Inleiding
Honderd jaar geleden overleed jonker Arthur Merghelynck (1853-1908). Hij laat ons twee musea na. Het Hotel-Museum Merghelynck in Ieper, het indrukwekkend voorvaderlijk huis dat Arthur transformeerde tot een zuiver voorbeeld van de stijlen van de tweede helft van de achttiende eeuw. In 1894 stelde hij het als museum open voor het publiek. En er is het Kasteel Beauvoorde in Wulveringem dat hij, na een grondige restauratie, in alles de geest van de zeventiende-eeuwse Vlaamse renaissance liet uitstralen. In de winter woonde Arthur Merghelynck in Ieper, in de zomer resideerde de jonker op zijn kasteel. Zo overspande hij de hele Westhoek.
De renovaties en het inrichten van hotel en kasteel getuigen van Arthurs passie voor het verleden. Merghelynck was gefascineerd door oudheidkunde en verzamelde inscripties, munten en penningen. Als onbezoldigd stadsarchivaris van zowel Veurne als Ieper spitte hij het verleden uit van vooraanstaande families die in de Westhoek hun wortels hadden. Merghelynck zocht houvast in de zekerheden van vroeger, te midden van de negentiende-eeuwse transformatie en modernisering van de samenleving. Hij was niet alleen. Vele tijdgenoten spraken negatief over de fin de siècle met de teloorgang van de burgerlijke waarden, de plattelandsvlucht naar de industriële centra, de arbeiders die vaak en gewelddadig op straat kwamen. Bij de burgerij groeide het besef dat tegenover de ‘gedegenereerde’ arbeidersmassa in de steden ook een zuiver, intact gebleven ‘volk’ bestond, dat men op het platteland ging zoeken. Dat verklaart het grote succes van de volkskunde en de opening van musea voor folklore, allemaal in dezelfde periode tijdens dewelke Merghelynck zijn verleden reconstrueerde.
Arthur Merghelynck leefde niet alleen in conflict met de eigen tijd maar ook met het stadsbestuur van Ieper. Hij verweet het te weinig zorgzaam om te springen met het erfgoed. Met de Ieperse hogere klasse klikte het evenmin. Was het omdat ze schande sprak over zijn huwelijk met Juliana Flyps, de dochter van een kleine landbouwer uit Langemark? Feit is dat iedereen het Hotel-Museum Merghelynck onaangekondigd mocht bezoeken, behalve de Ieperlingen die nederig een schriftelijke toelating moesten aanvragen. Ook de familie Merghelynck was niet opgezet met het huwelijk buiten haar stand en zij zou het geweten hebben. In twee geheime testamenten liet de kinderloze Arthur het grootste deel van zijn bezittingen na aan de Belgische Staat, inclusief het Kasteel Beauvoorde en het Hotel-Museum Merghelynck. Alle handschriften en de meeste boeken schonk hij aan de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, die vandaag met het Fonds Merghelynck een goudmijn aan genealogische gegevens bezit. In 2003 droeg de Belgische Staat het legaat van Kasteel Beauvoorde over aan de Vlaamse Gemeenschap en de Stad Ieper heeft het Hotel-Museum Merghelynck in erfpacht. Laten we beide bezoeken en tegelijk binnenstappen in het verzamelde verleden van Arthur Merghelynck, een man met een missie.
